Stoottechnieken (Jirugi – letterlijk vernietigen met een draaiende beweging) vormen een belangrijk gedeelte bij de aanvalstechnieken in Taekwon-do. De zijn vrijwel meestal gericht op midden- of hoofdhoogte, maar ook naar beneden gaande varianten bestaan. Stoten worden uitgevoerd variërend naar techniek en positie van de tegenstander, maar altijd volgens onderstaande basis principes

  • Bal de vuist stevig op het moment van impact, zodat het gebruikt wordt als een hamer i.p.v. een katoenen balletje.
  • Stoot vanuit de heup naar het doelwit op volle snelheid, gebruikmakend van de kortste afstand.
  • Vermijd onnodige spanning op de armen en de schouders.
  • Trek de tegengestelde vuist krachtig en gelijktijdig terug naar de heup op het moment dat de stotende vuist vertrekt.
  • Ontspan de spieren direct nadat de vuist het doelwit heeft getroffen.
  • Hou de rug recht op het moment van impact.
  • Trek niet aan de schouder op het moment van impact.
  • De vuist moet 180 graden gedraaid zijn op het moment van impact, zodat er een kurkentrekker effect ontstaat. Uitzonderingen hierop zijn verticale en zijdelingse stoten.
  • De achterste vuist moet naar de grond wijzen op het moment dat deze naar de heup getrokken wordt.
  •  De achterste voet moet in alle gevallen stevig geplaatst worden op het moment van impact om de terugstoot te kunnen controleren.

Hieronder zullen we de meestgebruikte stoottechnieken behandelen, die de basis van stoottechnieken in Taekwon-Do vormen.

Directe stoot in loopstand (Gunnun So Baro Jirugi)
Een directe stoot in loopstand wordt uitgevoerd met de hand aan dezelfde kant van het been dat gebogen is (voorste been).

Directe stoot in loopstand (Gunnun So Baro Jirugi)

Tegengestelde stoot in loopstand (Gunnun So Bandae Jirugi)
Een tegengestelde stoot in loopstand wordt uitgevoerd met de hand tegengesteld aan het been dat gebogen is (achterste been).

Tegengestelde stoot in loopstand (Gunnun So Bandae Jirugi)

Directe stoot in L-stand (Niunja So Baro Jirugi)
Een directe stoot in L-stand wordt uitgevoerd met de hand aan dezelfde kant van het been dat volledig gebogen is (achterste been). Wees erop attent om een correcte positie van half-aangezicht te houden en hou de vuist in een lijn die parellel loopt met de voorste voet op het moment van impact.

Directe stoot in L-stand (Niunja So Baro Jirugi)

Tegengestelde stoot in L-stand (Niunja So Bandae Jirugi)
Een tegengestelde stoot in L-stand wordt uitgevoerd met de hand aan de tegengestelde kant van het been dat volledig gebogen is (voorste been). Let op het verschil in benaming met de variant in loopstand waar het precies andersom is. Deze techniek is bijzonder geschikt voor het aanvallen van een tegenstander aan de zijkant (yop). Het lichaam dient half-aangezicht te zijn op het moment van raken, net als bij het uitvoeren van een directe stoot in L-stand.

Tegengestelde stoot in L-stand (Niunja So Bandae Jirugi)

Directe stoot in achtervoetstand (Dwitbal So Baro Jirugi)
De principes van deze techniek zijn vergelijkbaar met die van een directe stoot in L-stand.

Directe stoot in achtervoetstand (Dwitbal So Baro Jirugi)

Tegengestelde stoot in achtervoetstand (Dwitbal So Bandae Jirugi)
De principes van deze techniek zijn vergelijkbaar met die van een tegengestelde stoot in L-stand.

Tegengestelde stoot in achtervoetstand (Dwitbal So Bandae Jirugi)

Stoot in verticale stand (Soojik So Jirugi)
De principes van deze techniek zijn vergelijkbaar met die van een tegengestelde stoot in L-stand en achtervoetstand.

Stoot in verticale stand (Soojik So Jirugi)

Stoot in X-stand (Kyocha So Jirugi)
Deze techniek is bijzonder bruikbaar wanneer men een tegenstander op grotere afstand aanvalt. De tegengestelde vuist wordt normaal gesproken naar de schouder getrokken op het moment van impact.

Stoot in X-stand (Kyocha So Jirugi)

Dubbele vuiststoot (Sang Joomuk Jirugi)
Deze techniek wordt gebruikt om twee tegenstanders tegelijktijdig aan te vallen. Soms worden beide vuisten echter gericht op slechts één tegenstander. Deze techniek wordt meestal uitgevoerd in loopstand (gunnun sogi), zitstand (annun sogi) en parallel stand (narani sogi), hoewel soms ook gesloten stand (moa sogi) of X-stand (kyocha sogi) gebruikt wordt.

Dubbele vuiststoot (Sang Joomuk Jirugi)

Verticale stoot (Sewo Jirugi)
Bij deze techniek is de vuist in een volledig verticale positie. M.a.w. de zijkant van de vuist wijst naar beneden op het moment van raken. Deze stoottechniek wordt uitgevoerd met één of twee vuisten en is een effectieve techniek om tegenstander(s) op medium afstand aan te vallen. Hou de elleboog ongeveer 40 graden gebogen op het moment van impact.

Verticale stoot (Sewo Jirugi)

Zijwaartse stoot (Yop Jirugi)
Wanneer een stoot gegeven wordt aan de flanken, noemt men het in Taekwon-Do een zijwaartse stoot. Deze techniek wordt normaal gesproken uitgevoerd in zitstand (annun sogi), parallelstand (narani sogi), gesloten stand (moa sogi) en X-stand (kyocha sogi). Soms wordt een diagonale stand (sasun sogi) of éénbeen-stand gebruikt (waebal sogi).

Zijwaartse stoot (Yop Jirugi)

Opwaartse stoot (Ollyo Jirugi)
Deze techniek wordt hoofdzakelijk gebruikt voor aanvallen naar het gezicht of het puntje van de kin van een korte afstand. Hoewel deze stoot vanuit vrijwel elke positie uitgevoerd kan worden, wordt er meestal gebruik gemaakt van de achtervoetstand (dwitbal sogi) of de L-stand (niunja sogi). Zorg ervoor dat de rughand naar de grond gericht is tijdens de impact terwijl de tegenovergestelde kant van de vuist voor de schouder wordt gebracht.

Opwaartse stoot (Ollyo Jirugi)

Opstoot (Dwijibo Jirugi)
Deze techniek wordt gebruikt voor het aanvallen van een doel op korte afstand en kan worden uitgevoerd met een enkele of een dubbele vuist. In beide gevallen moet de vuist het doel bereiken in een rondgaande beweging. Hou de elleboog dichtbij de heup en de rughandvuist moet compleet naar beneden gericht zijn op het moment van raken. Hou de rughandvuist iets hoger dan de elleboog op het moment van impact.

Opstoot (Dwijibo Jirugi)

U-vormige stoot (Digutja Jirugi)
Deze techniek wordt gebruikt om twee opponenten gelijktijdig aan te vallen die van de zijkant komen, en wordt voornamelijk uitgevoerd vanuit een L-stand (niunja sogi), achtervoetstand (dwitbal sogi) en x-stand (kyocha sogi). Af en toe wordt deze techniek uitgevoerd vanuit een paralelle stand (narani sogi), zitstand (annun sogi) of éénvoet-stand (waebal sogi). Als de rechterarm volledig is gestrekt, is er sprake van een rechtse dubbele vuiststoot en vice versa. Als de ene arm volledig is gestrekt, behoort de andere arm licht gebogen te zijn.

U-vormige stoot (Digutja Jirugi)

Neerwaartse stoot (Naeryo Jirugi)
De vuist wordt verticaal naar de grond geplaatst. De techniek wordt gebruikt om een gevallen tegenstander aan te vallen. De stoot wordt meestal uitgevoerd vanuit een loopstand (gunnun sogi) of een L-stand (niunja sogi) maar in sommige gevallen wordt gebruik gemaakt van de achtervoetstand (dwitbal sogi). Een tegengestelde stoot (bandae jirugi) is gebruikelijk bij een loopstand.

Neerwaartse stoot (Naeryo Jirugi)

Maanvormige stoot (Bandal Jirugi)
Deze techniek wordt gebruikt voor middellange afstanden en wordt over het algemeen uitgevoerd met de voorvuist (ap joomuk).In enkele gevallen wordt ook de voorknokkel vuist gebruikt. In beide gevallen kan de stoot uitgevoerd worden met een enkele of dubbele vuist. De vuist raakt zijn doel in een maanvorm en kan vanuit bijna alle standen uitgevoerd worden.

Maanvormige stoot (Bandal Jirugi)

Rondwaartse stoot (Dollyo Jirugi)
Het principe van deze techniek is vrijwel gelijk aan die van de maanvormige stoot behalve dat er alleen gebruik wordt gemaakt van een middenstoot met de voorvuist. De vuist bereikt zijn doel in een scherpe bocht mikkend op het borstbeen, de bovenlip of de maagspieren vanaf een kortere afstand. De vuist moet het lichaam van de tegenstander raken in het midden van het lichaam.

Rondwaartse stoot (Dollyo Jirugi)

Hoek stoot (Giokja Jirugi)
Deze stoot is nauw verwant aan de gedraaide stoot (dollyo jirugi) en de maanvormige stoot (bandal jirugi), zowel qua toepassing als uitvoering. De techniek wordt gebruikelijk uitgevoerd met de voorvuist, alhoewel soms ook de knokkels gebruikt worden. De techniek bereikt zijn doel volgens een hoek van 90 graden, gebruikelijk uitgevoerd met de voorste vuist. Op het moment van impact bevindt de vuist zich ter hoogt van de tegengestelde borst; hierin zit het verschil met de gedraaide stoot, die zijn doel bereikt precies in het midden van de aanvaller.

Hoek stoot (Giokja Jirugi)

Knokkelvuist stoot (Sonkarak Joomuk Jirugi)
Deze techniek is onderverdeeld in de knokkelvuist, de dubbele knokkelvuist, de midden-knokkelvuist, de dubbele midden-knokkelvuist en de duim-knokkelvuist. Deze techniek wordt gebruikt voor aanvallen op vitale delen van het lichaam van een korte afstand. Het doel en de stootmethode varieëren afhankelijk van het gebruikte type vuist.

Knokkelvuist stoot (Sonkarak Joomuk Jirugi)

Horizontale stoot (Soopyong Jirugi)
Dit is een effectieve vorm om twee doelen tegelijkertijd aan te vallen en wordt over het algemeen uitgevoerd vanuit een zittende of diagonale positie maar in enkele gevallen ook vanuit een paralle stand (narani sogi), gesloten stand (moa sogi) of X-stand (kyocha sogi). Als de rechter arm gestrekt is wordt het een rechter horizontale stoot genoemd en vice versa. Als één arm volledig gestrekt is, is de ander gebogen en maakt een hoek van 90 graden. De beide onderarmen zijn paralel en horizontaal op het moment van impakt.

Horizontale stoot (Soopyong Jirugi)

Lange vuist stoot (Ghin Joomuk Jirugi)
Deze vuist wordt gebruikt voor een relatief verre afstand en wordt voornamelijk uitgevoerd vanuit een zitstand(annun sogi), loopstand (gunnun sogi) of L-stand (niunja sogi), maar wordt af en toe ook uitgevoerd vanuit een paralelle stand (narani sogi), achtervoetstand (dwitbal sogi), gesloten stand (moa sogi) of X-stand (kyocha sogi). De bovenste sectie van het lichaam is doelwit en een tegengestelde stoot is normaal in het geval van een loopstand.

Lange vuist stoot (Ghin Joomuk Jirugi)

Open vuist stoot (Pyon Joomuk Jirugi)
De principes van deze techniek zijn gelijk aan die van een normale voorvuist stoot, met dien verstande dat de hand geopend is.

Open vuist stoot (Pyon Joomuk Jirugi)

Dubbele vuist stoot (Doo Joomuk Jirugi)
Deze techniek wordt gebruikt om twee opponenten gelijktijdig aan te vallen die van de zijkant komen, en wordt voornamelijk uitgevoerd vanuit een L-stand (niunja sogi), achter voetstand (dwitbal sogi) en X-stand (kyocha sogi). Af en toe wordt deze techniek uitgevoerd vanuit een parallelle stand (narani sogi), zittende stand (annun sogi) of één voet-stand (waebal sogi). Als de rechterarm volledig is gestrekt, is er sprake van een rechtse dubbele vuiststoot en vice versa. Als de ene arm volledig is gestrekt, behoort de andere arm licht gebogen te zijn.

Dubbele vuist stoot (Doo Joomuk Jirugi)